Veelgestelde vragen

Er zijn meerdere behandelingen mogelijk voor huidkanker; dit is ook afhankelijk van de soort huidkanker, waar de kanker zich bevindt en hoe snel je het hebt ontdekt.

Melanomen worden vrijwel altijd chirurgisch verwijderd met daarna eventueel nog een aanvullende behandeling zoals chemotherapie om uitzaaiingen te bestrijden. Plaveiselcelcarcinomen worden in de meeste gevallen chirurgisch verwijderd of bestraald. Voor basaalcelcarcinomen zijn er diverse mogelijkheden; crème die je thuis kunt aanbrengen, cryotherapie (bevriezing), fotodynamische therapie (PDT; een ziekenhuisbehandeling met licht), curettage (de tumor wordt met een scherpe lepel weggeschraapt), chirurgie of bestraling.

Behandeling actinische keratose
Actinische keratose, een voorstadium van huidkanker, kan op veel verschillende manieren worden behandeld. De arts kan ook hier een crème voorschrijven die je thuis kunt toepassen. Andere mogelijkheden zijn fotodynamische therapie, lasertherapie, cryotherapie, dermabrasie (het bovenste laagje van de huid wordt weggeschuurd), chemische peeling (met een zure vloeistof wordt het buitenste huidlaagje weggeëtst), curettage of chirurgie. Als aanvullende behandeling kan de arts retinoïden voorschrijven; dit zijn stofjes die de normale opbouw van de huid stimuleren.

Behandelmethodes huidkanker
De behandelmethodes worden uitgebreid bij de verschillende soorten huidkanker besproken. Klik op onderstaande links om meer informatie te lezen over de verschillende behandelmogelijkheden van huidkanker of het voorstadium van huidkanker.


De meeste vormen van huidkanker ontstaan door overbelasting met Ultra Violette straling van de zon of zonnebank. De UV-straling veroorzaakt beschadigingen in het erfelijk materiaal (DNA) van de huidcellen. Deze beschadigde cellen worden in de meeste gevallen opgeruimd door het afweersysteem van de huid. Als er echter heel veel beschadigde cellen zijn, bijvoorbeeld door regelmatige of ernstige zonschade, kan het gebeuren, dat er enkele ontspoorde cellen ontsnappen aan de afweer en deze cellen kunnen uitgroeien tot huidkanker.

Daarnaast zijn er enkele zeldzame vormen van huidkanker die ontstaan door ontsporing van witte bloedcellen in de huid (lymfomen), ontsporing van bindweefselcellen (sarcomen) of waarbij sprake is van erfelijke aanleg.

De meeste vormen van huidkanker ontstaan door cumulatieve zonschade; door herhaaldelijke zonschade raakt de huid telkens iets meer beschadigd, totdat de emmer overloopt en er huidkanker of een voorloper daarvan (actinische keratose) ontstaat. Dit is een proces van jaren en dat kan niet meer worden teruggedraaid. Het is dus belangrijk om vanaf de geboorte verstandig met de zon om te gaan en zo het risico op huidkanker te verkleinen.

Het beste is, om de zon te mijden, zeker als die op haar hoogst staat (tussen 11 en 15 uur).

Als dit niet kan, of je wilt toch in de zon zitten, gebruik dan een zonnebrandcrème met een voldoende hoge beschermingsfactor (>30) en smeer je meerdere keren per dag in.
Bedek je hoofd met een hoed of pet en trek bedekkende kleding aan. Onder een parasol kun je ook nog verbranden!


Lees meer over het risico op huidkanker.

Dat is afhankelijk van de soort huidkanker. Melanomen zijn de meest agressieve en kwaadaardige huidtumoren. Ze kunnen uitzaaien en het is dus belangrijk dat deze vorm van huidkanker zo snel mogelijk wordt herkend en behandeld. Hoe eerder dit gebeurt, hoe kleiner de kans op uitzaaiingen.

Een plaveiselcelcarcinoom kan ook uitzaaien en hiervoor geldt hetzelfde als voor melanomen; hoe sneller het wordt herkend en behandeld, hoe kleiner het risico op uitzaaiingen is.

Basaalcelcarcinomen zaaien over het algemeen niet uit, maar ook hierbij is het belangrijk zo snel mogelijk te behandelen; deze vorm van huidkanker groeit langzaam door en kan zo lokaal toch veel schade aanrichten.

Huidkanker komt voornamelijk voor bij mensen met een lichte huidskleur. Vooral in combinatie met rossig of blond haar en blauwe ogen. Mensen met dit huidtype hebben minder pigment in de huid en dit pigment is een natuurlijke bescherming tegen UV-straling.

Mensen die voor hun werk of voor hun plezier veel aan de zon zijn blootgesteld of die in hun jeugd ernstig en/of vaak door de zon zijn verbrand en mensen die veelvuldig gebruik maken van de zonnebank, lopen een verhoogd risico op huidkanker.

Een speciale groep wordt gevormd door mensen die medicijnen moeten gebruiken die het afweersysteem onderdrukken, bijvoorbeeld na een orgaantransplantatie, of die om een andere reden een sterk verzwakte afweer hebben, bijvoorbeeld bij HIV. Door het slecht of niet werkende afweersysteem worden huidcellen die ontsporen niet opgeruimd en deze krijgen zo de kans uit te groeien tot huidkanker.

Daarnaast is er een aantal vormen van huidkanker waarbij sprake is van erfelijke aanleg.

Als je een plekje op je huid hebt dat lijkt op eczeem of een wondje, maar dat niet overgaat na enkele weken en misschien zelfs wel groter wordt, of als je een bultje hebt dat langzaam groter wordt of een moedervlek die gaat jeuken, bloeden of van kleur verandert, is het aan te raden naar de huisarts te gaan. Het hoeft geen huidkanker te zijn, maar het moet wel even nagekeken worden door een arts.

Veelal op de handruggen, het gelaat, de kalende schedel en de onderarmen ontstaan ruwe plekjes die men in het begin vaak beter kan voelen dan zien. De huid kan aanvoelen als schuurpapier. Soms jeuken ze of doen ze pijn. Vaak zijn er overige tekenen van langdurige zonblootstelling te zien, zoals vlekkerige verkleuringen, rimpels en het dunner worden van de huid.

De aanwezigheid van actinische keratose is een teken van zonbeschadiging van de huid en deze beschadiging betekent dat het risico op huidkanker is vergroot. Actinische keratose kan namelijk ontaarden in een plaveiselcelcarcinoom. Dit gebeurt niet vaak; bij ongeveer 1 op de 5 plekjes ontstaat huidkanker. Toch is het goed met deze mogelijkheid rekening te houden. Het is daarom verstandig je huid goed na te kijken op veranderingen en zo nodig contact op te nemen met je huisarts.

Het is belangrijk om verdere beschadiging van de huid door ultraviolette straling zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan door minder in de zon te vertoeven, beschermende kleding en een hoofddeksel te dragen, het gebruik van de zonnebank te beperken, en door de huid te beschermen met anti-zonnebrandmiddelen met een hoge beschermingsfactor. In Nederland is een factor 15 of hoger meestal voldoende, in zuidelijker streken of bij veel zon een is een hogere factor nodig (factor 30 of hoger). Uiteraard is ook je huidtype van belang bij het kiezen van de juiste sterkte zonnebrandcrème. Tevens is het goed om te onthouden dat een anti-zonnebrandcrème niet bedoeld is om langer in de zon te blijven, maar om, gedurende de tijd dat je in de zon bent, de huid te beschermen. Verder is het raadzaam je huid in de gaten te houden, en als er nieuwe plekjes ontstaan deze door een arts te laten controleren.

Er bestaan verschillende behandelingen voor actnische keratose. Het doel van de behandelingen is het vernietigen van de beschadigde cellen, zodat de huid zich volledig kan herstellen.

Klik op een link en je krijgt uitgebreide informatie over de behandelmethode.

Actinische keratosen ontstaan door te veel UV-straling, via de zon of zonnebank. De huidcellen worden hierdoor beschadigd, waardoor deze niet meer normaal delen en groeien. Actinische keratose komt vaker voor bij mensen boven de vijftig jaar. Door de veranderde vrijetijdsbesteding (meer zonvakanties, zonnebanken, hobby's in de buitenlucht) worden actinische keratosen echter steeds vaker ook op jongere leeftijd waargenomen.
Andere risicofactoren zijn:

  • Licht huidtype. Mensen met een lichte huid (huidtype 1 en 2) zijn van nature gevoeliger voor UV-straling. Als je dit huidtype hebt, is de zon schadelijker voor je dan voor mensen met een donkerder huidtype.
  • Veelvuldige blootstelling aan de zon. Hierbij kun je denken aan mensen die in de tropen hebben gewoond of een buitenberoep hebben (gehad) of mensen met veel buitenhobby's.
  • Gebruik van medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken, bijvoorbeeld bij een orgaantransplantatie.

Een basaalcelcarcinoom is goed te behandelen en zaait vrijwel nooit uit.

Hoewel een basaalcelcarcinoom niet levensbedreigend is, gaat het niettemin om een tumor (huidkanker). Er is sprake van een woekering die aanzienlijke schade kan veroorzaken aan de huid, bijvoorbeeld bij neus, oog of oor. Vooral omdat basaalcelcarcinomen zich vaak voordoen in iemands gezicht, kan dit tot grote cosmetische problemen leiden. En dat is dan niet zo maar een schoonheidskwestie. Beschadiging van het gezicht heeft voor de meeste mensen die het overkomt ook een grote psychische uitwerking.

Het basaalcelcarcinoom kan overal ontstaan, maar komt het meest voor in het gezicht en op het (kale) hoofd. Het begint meestal met een glad, glazig knobbeltje met een parelmoerachtige glans, dat heel langzaam groeit. Soms zijn daarin bloedvaatjes te zien.

Op den duur kan in het midden een zweertje ontstaan en daaromheen een rand met een parelachtige glans. Dit zweertje is soms vochtig en heeft een korstje dat gemakkelijk open gaat. Het wondje wil maar niet helemaal genezen. Op de romp ziet het er meestal uit als een 'eczeemplekje'. Dit soort plekjes reageert echter niet op een crème of zalf tegen eczeem, groeit langzaam door en geeft weinig klachten.

Wil je weten hoe je basaalcelcarcinoom kunt behandelen klik dan op Behandelen basaalcelcarcinoom.

Bij ongeveer 75% van de mensen met huidkanker gaat het om een basaalcelcarcinoom. Deze vorm van huidkanker komt vooral voor bij mensen van 45 jaar en ouder. Maar ook jongere mensen kunnen een basaalcelcarcinoom krijgen.

De meest voorkomende vorm, het nodulair basaalcelcarcinoom, ziet eruit als een glad, glazig knobbeltje met een parelmoerachtige glans, soms met bloedvaatjes, en het groeit maar langzaam. Midden op het knobbeltje kan op een gegeven moment een zweertje ontstaan. De rand daarvan heeft een parelachtige glans. Op het zweertje komt een korstje, dat er ook weer gemakkelijk af gaat, waarna een nieuw korstje ontstaat.

Een knobbelig basaalcelcarcinoom in het gezicht valt meestal wel op. Een oppervlakkig of sprieterig groeiend basaalcelcarcinoom op een arm, been of de romp kan erg lijken op een eczeemplekje en dus minder snel herkend worden als huidkanker.

Lees verder over hoe je een basaalcelcarcinoom kunt herkennen.

Omdat het zich aan de buitenkant van je lichaam bevindt, is basaalcelcarcinoom een 'zichtbare' vorm van kanker. Het is daarom vaak mogelijk om de ziekte vroeg te onderkennen en goed te behandelen. Het is van belang dat elke plek op de huid die groeit of verandert van uiterlijk door een arts wordt beoordeeld.
Denk je aan een basaalcelcarcinoom bij een verdacht plekje op je huid? Laat het altijd door je arts beoordelen. Als je er op tijd bij bent, kan het goed behandeld worden. Het hoeft echter lang niet altijd basaalcelcarcinoom te zijn.

Een plaveiselcelcarcinoom ziet er vaak anders uit dan een basaalcelcarcinoom. De karakteristieke parelachtige glans en de bloedvaatjes van het basaalcelcarcinoom ontbreken.

Het plaveiselcelcarcinoom ziet er aanvankelijk uit als een huidkleurig of lichtrood bultje, vaak met een ruw aanvoelend oppervlak. Het bultje wordt in de loop der tijd langzaam groter en kan uitgroeien tot een grote tumor. Soms veroorzaakt de tumor pijnklachten.
Een plaveiselcelcarcinoom kan er ook uitzien als een wondje, dat geleidelijk groter wordt. Het is niet altijd gemakkelijk een plaveiselcelcarcinoom in een vroeg stadium te herkennen. Dat geldt ook voor artsen met veel ervaring op dit gebied.

Het plaveiselcelcarcinoom kan overal op het lichaam voorkomen. Er bestaat echter een voorkeur voor de schedelhuid, de oren, het gezicht, de lippen, de onderarmen, de handruggen en de benen.

Het is van belang dat elke plek op de huid die groeit of verandert van uiterlijk door een arts wordt beoordeeld. Vroege herkenning en behandeling kunnen levensreddend zijn!


Denk je aan plaveiselcelcarcinoom bij een vreemde plek op je huid? Laat het altijd door je arts beoordelen. De huisarts zal je doorverwijzen naar een dermatoloog voor verder onderzoek.

Plaveiselcelcarcinoom begint vaak als een kleine wratachtige verhoorning, vooral op huiddelen die veel aan de zon zijn blootgesteld. Het plaveiselcelcarcinoom kan soms ontstaan in chronische wonden of in gebieden van chronische huidontstekingen.


Mensen bij wie het immuunsysteem langdurig wordt onderdrukt, zoals na een nier- of harttransplantatie, hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een plaveiselcelcarcinoom.

Een van de eerste dingen die iemand wil weten die met de diagnose 'melanoom' wordt geconfronteerd is: wat zijn mijn overlevingskansen? Voorspellingen zijn moeilijk. Elk geval van melanoom is verschillend en er kunnen vele factoren zijn die de prognose beïnvloeden.


Het moment van diagnose speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol. Wanneer een melanocyt (pigmentcel) zich nog maar net is gaan ontwikkelen tot een melanoom, is de kans op uitzaaiingen klein. Ook de dikte van de tumor beinvloedt de overlevingskans. De kans op uitzaaiingen neemt toe wanneer het melanoom dikker is. Een derde factor die van invloed is, is de aanwezigheid van lymfklieruitzaaiingen.


Het is nooit met zekerheid te zeggen dat een melanoom niet uitgezaaid is op het moment dat het melanoom door de arts wordt verwijderd. Je moet altijd blijven opletten op het ontstaan van melanomen op andere plaatsen. Je blijft 5 of 10 jaar (dit is afhankelijk van de dikte van het melanoom) onder controle van je huidarts.

Als je je moedervlek niet vertrouwt, is het raadzaam om naar je huisarts te gaan. Een melanoom kan snel groeien en uitzaaien. Daarom is het belangrijk om een melanoom snel te verwijderen.

Bij mensen die een melanoom hebben kan de ziekte ook voorkomen bij een of meerdere familieleden. Dat betekent echter lang niet altijd dat er sprake is van een erfelijke vorm van het melanoom. Er kan sprake zijn van een toevallige loop van omstandigheden. Een erfelijk melanoom heeft de volgende criteria:
1. Een melanoom bij ten minste twee eerstegraads familieleden of
2. Een melanoom bij in ieder geval drie tweede of derdegraads verwanten.


Negentig procent van de melanomen is niet erfelijk.

De ABCDE-methode wordt vaak gebruikt om een melanoom te herkennen:


Asymmetrie:
De moedervlek mag niet asymmetrisch groeien, d.w.z. de ene helft ziet er anders uit dan de andere helft.


Borders:
De overgang van de vlek naar de normale huid wordt steeds onduidelijker; er is geen duidelijk begrenzing meer te zien. De rand wordt op een of meer plekken onregelmatig en de vorm wordt grillig.


Color:
Een moedervlek mag niet van kleur of kleursamenstelling veranderen. Bij een melanoom zie je vaak verschillende kleuren door elkaar: bruin, zwart, wit, blauw of rood.


Diameter:
Wanneer de moedervlek een stuk groter is dan een normale moedervlek (de regel is een diameter van meer dan 6 millimeter).


Evolution:
Snelle verandering van het uiterlijk van de moedervlek.


Verder moet je altijd opletten als moedervlekken gaan jeuken, steken, pijn doen of bloeden. Maar niet alle verschijnselen hoeven op te treden als een moedervlek verandert in een melanoom. Als een moedervlek spontaan ontstaat uit melanocyten (pigmentcellen) in de gewone huid dan lijkt die moedervlek in eerste instantie een ‘gewone' moedervlek. Later kunnen bij deze moedervlek dezelfde verschijnselen optreden als bij een veranderende moedervlek zoals bij de ABCDE-methode beschreven is.


Bronvermelding: Stichting Melanoom